Hotspots voor Talent

Hotspots voor talent gaat voor onderwijs en tewerkstelling waarin de spelregels gebaseerd zijn op talenten van mensen. Jongeren uit de laatste graad secundair onderwijs krijgen in dit experiment de kans om talenten en bijhorende vaardigheden te ontwikkelen in een inclusieve leerhub waar onderwijs, werkgevers en diverse actoren uit de samenleving samen leercontexten creëren voor jongeren.
Initiatiefnemers Konekt
Middelbare Steinerschool Brugge
BuSO Ravelijn
GO Kompas Wetteren.
Locatie Wetteren & Brugge
We werken nog
graag samen met…
  • Toeleiders naar tewerkstelling
  • Ondernemers in kleine en grote bedrijven in de buurt van Brugge en Wetteren,
  • Lerarenopleiding (hoger onderwijs)
Contact

Konekt vzw – algemeen nummer: 09/261.57.50

Katrien De Baets, katrien.debaets@konekt.be  0496/52.44.54

In gesprek met Hotspots voor Talent 

 

We spraken met Katrien De Baets, drijvende kracht achter het project ‘Hotspots voor talent’. ‘Hotspots voor Talent’ is een project dat een secundair onderwijs vanuit talenten, krachten en successen wil creëren. Ze willen dit doen door in te zetten op individuele leertrajecten in een omgeving waar bedrijven, organisaties en onderwijs samenkomen.

Katrien De Baets is een gedreven vrouw die werkt voor Konekt, een organisatie die zich voluit inzet om jongeren met een beperking de kans te geven om kennis te maken met verschillende leer- en werk contexten. Daarnaast werkt ze nog als loopbaancoach, aan passie voor leren en werken dus geen tekort. Zij is de trekker van het project ‘Hotspots voor Talent’. Dus als iemand weet waarom dit project zo belangrijk is, dan is zij het wel. En zo beginnen we ons gesprek.

Zijn er ervaringen in je eigen leven die je aangezet hebben om dit project op poten te zetten?

Ja, heel veel zelfs en dan vooral bij mijn eigen kinderen. Een tekenend voorbeeld was een situatie met mijn zoon. Eén van de basisnormen die er nog altijd in het onderwijs bestaat, is dat je dat vloeiend schrift moet leren. Maar omdat mijn zoon geen goede fijne motoriek heeft, kon hij dat dus niet. Daarbij heeft hij veel faalangst en deed hij dus alles omdat vloeiend schrijven te vermijden. Zo had hij daar voor zichzelf op gevonden om te schrijven in stokschrift (letters zoals in de boeken). En ik weet dat nog altijd, zijn eerste toets, had hij één op tien omdat hij alles in stokschrift had gedaan. En ik dacht dit is zo zonde, want het gaat toch in feite niet over het vloeiend schrift maar dat dat kind zijn letters kent en dat hij daarmee kan schrijven. En hij heeft een degout gekregen en een jaar niet willen schrijven. En dan ben je dus veel verder weg van huis dan als je op dat moment had gekeken ‘Wie is dat kind en wat heeft die nodig’. En niet een starre focus op dat vloeiend schrift. Trouwens wie gebruikt dat nu nog? Ik niet hoor. En dactylo maakt dan bijvoorbeeld geen deel van het lespakket uit. En dan zit ik te zoeken ‘waarom doen we dat zo?’.

En komt dat dan door een gebrek aan flexibiliteit of moderniteit in het onderwijs?

Beiden. Dat gaat over kijken naar wat de wereld van vandaag nodig heeft en daar ook op inzetten. Maar dat gaat vooral over durven om het gestandardiseerde pad te verlaten. En beseffen dat het veel belangrijker is dat je een kind intrinsiek gemotiveerd houdt dan dat je vanuit een norm vertrekt en druk legt.

Die reflex om te kijken naar wat de wereld vandaag nodig heeft, zit ook sterk in het project. Jullie spreken daarom ook over de ontwikkeling van 21st century skills, wat kunnen we daaronder verstaan?

Dat zijn ondernemingsvaardigheden zoals creativiteit, oplossend denken, netwerken maar natuurlijk ook de digital skills. Het is belangrijk dat je je weg kan vinden in media en ict. Maar vooral creatief zijn is belangrijk omdat we in een snel veranderende wereld leven waarin de oplossingen van vandaag, niet meer werken morgen. Dus je moet altijd opnieuw de dingen kunnen herdefiniëren, heruitvinden en herbekijken. Het is niet voor niets dat er de laatste jaren zo’n omwenteling is in nieuwe oplossingen die er komen. Denk aan een Uber, AirBnB die opkomen, dat zit allemaal in datzelfde bottom up werken. En dat vraagt om met een nieuwe blik naar de wereld te kijken. En dat gaat alleen maar meer en meer komen. In onderwijs wordt dat bijna altijd allemaal genegeerd, dat bestaat precies niet. En ze willen voort met wat er is. En zo worden er heel veel boten gemist. Daarom dat dit project dan ook zo belangrijk is. We focussen nu al heel veel op talent maar dat is allemaal in trajecten in de vrije tijd en met plus 18-jarigen. En we merken gewoon dat we met onze trajecten vaak te laat zijn en dat het veel beter zou zijn als we daar vroeger mee zouden beginnen. En de bedoeling van dit project ‘Hotspots voor Talent’ is dus om al veel vroeger te beginnen en het te integreren in het onderwijs.

En die integratie is dat dan in het bijzonder onderwijs of ook in het gewoon onderwijs?

In het gewoon onderwijs want we geloven dat iedereen hier een meerwaarde aan heeft. Jongeren met een beperking zijn eigenlijk de kanariepietjes in de koolmijnen van vroeger bij wie je het eerst ziet hoe desastreus het is als je niet vanuit talenten werkt. Maar voor andere jongeren is dat even negatief en bij hen kunnen er ook veel positieve effecten zijn als je zou vertrekken vanuit die talenten. Dus we willen dat integreren en een voorbeeld zijn voor inclusief onderwijs.

Het zit fundamenteel in ons menszijn om dingen in categorieën te steken, dat is een bijna dierlijke drive. Het gaat dus een echte uitdaging zijn om flexibel en fluide te denken. Maar dat is eigenlijk wel waar onze wereld naartoe gaat.

Bij ‘inclusief onderwijs’ stel ik me onder andere voor dat mensen veel meer samen komen en weggaan uit hun bubbels. Dat jongeren zonder beperkingen en jongeren met beperkingen veel meer met elkaar in contact zouden komen. Wat kunnen jongeren zonder beperkingen volgens jou leren van jongeren met beperkingen?

Veel! We kunnen alle jongeren met beperkingen zeker niet over één kam scheren want ook daar zijn veel verschillen in. Maar waar zoveel jongeren met een verstandelijke beperking heel goed in zijn is ‘in het moment zijn’. Iets wat in onze snel veranderende wereld met veel prikkels en social media heel moeilijk is. Maar jongeren met een beperking kunnen goed in het moment blijven en dat maakt dat ze de volle aandacht hebben voor de persoon die voor hun zit. Aan de andere kant is er ook het ‘out of the box’ denken, veel jongeren komen soms met suggesties waar niemand anders aan gedacht zou hebben.

Binnen dat inclusief onderwijs willen jullie vooral een focus op talent naar voren schuiven. Wat zou er moeten veranderen in de organisatie van onderwijs om dat tot stand te brengen?

Ik denk dat bijvoorbeeld leerjaren afgeschaft zouden worden. In de plaats zou er gewerkt kunnen worden met een soort van leergroepen waar kinderen van verschillende leeftijden samenzitten. Daar kan er dan heel erg gewerkt worden met een individueel leerplan zodat er heel veel regie bij het kind zit. Wel met nog een soort van meetlat om af te toetsen ‘heb je al een aantal doelen bereikt?’ ‘en hoe veel tijd ga je daar nog voor nodig hebben?’ ‘Zijn er die je nooit kan bereiken en moeten we daarop compenseren?’. En met heel veel aandacht voor ‘Waar ben jij sterk in? En hoe gaan we dat verder ontwikkelen?. Ik geloof niet dat je dat kan doen in een klas waar dat één leerkracht staat. Daar zou een team van mensen moeten staan.

En welke rol neemt de leerkracht of dat team van leerkrachten dan in?

We gaan nu er vanuit dat de leerkracht alles zelf eerst moet absorberen om dan de kennis door te geven. We zouden beter evolueren naar een leerkracht die zegt ‘Er zit hier een kind met die leernood, wie zit er in ons netwerk van de school, van mezelf, van de ouders, die daar iets mee kan doen?’. ‘En hoe kan ik, als leerkracht, veel meer faciliteren zodat dat kind tot leren komt?’. Ook de digitale wereld biedt zoveel mogelijkheden om tot leren te komen. En dan moet je als leerkracht zien hoe je al die strategieën kan inzetten. Zo wordt een leerkracht meer een facilitator om het leren te activeren in de plaats van dat die alles zelf moet aanbieden.

De leerkracht zou in dit systeem eerder de expert zijn die goed kan zien wat een kind nodig heeft en welke leerstrategieën er hiervoor bestaan. Dat is volgens mij eerder de expertise die een leerkracht moet hebben en minder het perspectief van een vakexpert zoals dat vandaag bestaat. Want vandaag zit er bij leekrachten een grote drive en passie voor hun vak. Het zou waardevoller zijn als zulke vakexperten wanneer hier echt nood aan is. Bijvoorbeeld wanneer een leerling heel gepassioneerd is in geschiedenis of wiskunde, kan de vaxepert ingeschakeld worden om veel dieper op de leerstof in te gaan. Maar de ‘hoofdleerkracht’ is dan de facilitator en haalt hen erbij wanneer daar nood aan is.

Een ander luik van het project ‘Hotspots voor talent’ focust op het wervingsbeleid van bedrijven. Ook daar willen jullie graag de focus op talent leggen. Wat is het voordeel voor de arbeidsmarkt om te focussen op talent en zou je daar een voorbeeld van kunnen geven?

Een mooi voorbeeld is een bouwbedrijf waar we nu al met samenwerken. Zij hebben aan hun onthaal, net als ieder bedrijf, onthaalmedewerkers. En die doen tien verschillende taken, waaronder klanten onthalen, administratie, gegevens input enzovoort. Dat zijn verschillende takenpaketten en de ene is beter in administratie en de andere is beter in het onthaal. Maar eigenlijk wordt er van iedereen verwacht dat je al die taken kunt. Zo zie je mensen soms ‘struggelen’ en ook wrijving en spanning want ‘die kan dat wel goed en ik niet’. Stel dat je daar zou kunnen zeggen, we gaan in een team werken waar je echt mensen aanwerft die heel sterk zijn in mensgerichte contacten of in dienstverlening en iemand anders in administratie. En zo vanuit hun talent toch wel gediffentieerde jobs hebben die allemaal onder de noemer ‘onthaalmedewerker’ vallen, dan krijg je een complementair team. Wat veel performanter is en waar mensen veel duurzamer en beter in gaan werken.

Wat is het gevolg voor de organisatie van de maatschappij om te vertrekken vanuit een focus op talent?

Het gevolg is dat we een wazigere wereld krijgen. Er is geen diploma dat garandeert dat wie dat bij u komt werken, bepaalde dingen hoe dan ook kan. Want het gaat gaan over een persoonlijk curriculum en het gaat op basis daarvan kijken zijn hoe iemand kan inpassen.

Wat zijn de uitdagingen van een wazigere wereld?

We hebben nu een heel categoriale wereld, dat zit basaal in ons menszijn dat we dingen in categorieën steken, dat is een bijna dierlijk aanwezige drive. En daar zouden we vanaf gaan en het zal zoeken zijn hoe gaan we in iedereen zijn individueel traject wat herkenbaarheid steken. En dat gaat voor veel mensen moeilijk zijn. Het gaat dus een echte uitdaging zijn om flexibel en fluide te denken. Maar dat is eigenlijk wel waar onze wereld naartoe gaat.

Negen transitie-experimenten verkregen vanuit het Europese Sociaal Fonds financiering en ondersteuning.